Op momenten dat ik voor de zoveelste keer auditie sta te doen, voor een commissie waarvan ik denk: jullie weten nou zo onderhand toch wel wat ik kan en waar ik voor sta, word ik keer op keer overvallen door het deprimerende tl-licht in het auditielokaal. Bij het betreden van die ruimte, weet ik mij nimmer gesteund door slechts een lief klein spotje. Ook het bedompte, matte en galmloze geluid maakt me over het algemeen niet zekerder van mijn zaak. Eenmaal in het theater beschouw ik zowel het licht als het geluid als een immens cadeau. Vandaag praat ik met de belichter/lichtontwerper: Matthijs van Meeuwen.
Om de lezer een indruk te geven van wat je zoal gedaan hebt... "Bij de musical 'West Side Story' ben ik begonnen als volgspotter en was tevens de assistent van de belichter. Daarna heb ik als assistent- belichter gewerkt bij o.a. 'Fame', 'Rent', 'Bloodbrothers', '42nd Street', 'Joe, de musical', 'Anatevka' en 'Les Misérables' ( Antwerpen). Bij de musical 'Rex' was ik eigenlijk voor het eerst 'belichter' en droeg daarmee ook de eindverantwoordelijkheid voor het licht. Vervolgens werd ik als ontwerper gevraagd voor 'In de 30' (Solovoorstelling Pia Douwes), 'Aspects of Love' en 'Rocky over the Rainbow'."
Mag ik hieruit concluderen dat een volgspotter de laagste in rang is en je via een assistentschap een volwaardige belichter kan worden met als grootste ambitie uiteindelijk een ontwerper te kunnen zijn? "Helaas wordt er vaak op een volgspotter neergekeken. Het is moeilijker dan je denkt. Volgspotten is ook een vak. Ik ken hele goede belichters die absoluut niet kunnen volgspotten. Zelf hoop ik op den duur mijn geld volledig te kunnen verdienen met het ontwerpen van lichtplannen. Het gaat de goede kant op. Ik maakt steeds vaker lichtontwerpen voor semi-professionele musicalproducties. Dat heeft er in ieder geval al toe geleid dat ik ben gevraagd als lichtontwerper voor de openingsproductie van de nieuwe Schouwburg in Eindhoven in 2006. Zonder dat ik weet hoe de nieuwe zaal er zal gaan uitzien, heb ik al een plan in mijn hoofd. Ik ben er in mijn hoofd al behoorlijk mee bezig. Het is een grote uitdaging voor mij."
Wat is er dan zo moeilijk aan? Het lijkt mij trouwens geen pretje om altijd in je eentje zo hoog en bloedheet in de nok van een theater te vertoeven? "Wanneer een volgspotter zijn hoofdrol niet goed volgt, doordat de artiest in kwestie misschien een onverwachte beweging maakt, is dat altijd één van de eerste dingen die het publiek opvalt. In die zin is het dus zéér zichtbaar wat een volgspotter doet, hij is a.h.w. een verlengstuk van de hoofdrol en daarmee prominent aanwezig. Een volgspotter moet zeer geconcentreerd zijn en alert. Via een 'headset' staat hij in verbinding met de belichter en wordt continu aangestuurd. Naast zijn technische kwaliteiten moet hij ook beschikken over een behoorlijk incasseringsvermogen. Artiesten kunnen soms heel boos worden als ze één momentje niet goed in het licht hebben gestaan. Gelukkig heb ik dat nog niet meegemaakt. Ik heb tijdens een voorstelling wel een keer het tegenovergestelde meegemaakt, dat een acteur bij wijze van spelletje zoveel mogelijk 'uit' de spot probeerde te blijven. Dat kan dus ook."
Jij koos niet voor het vak van volgspotter maar werd belichter. Wat doet een belichter? "Een lichtontwerper bedenkt een lichtontwerp, en een belichter voert dat plan uit. Zo zou je het kunnen zeggen. Tegen de tijd dat een productie het theater in gaat, vind er regelmatig overleg plaats tussen de ontwerper en de belichter. Naar aanleiding van geziene repetities heeft de ontwerper bepaald wat voor soort lampen en kleuren er komen en waar ze vervolgens komen te hangen en voor gebruikt worden. Ook maakt een ontwerper gebruik van de zogenaamde maquette (een zelfgebouwd en geknutseld miniatuur décor). Op die manier krijg je zicht op het eventuele effect van bepaalde lichtstanden. Bij het bedenken van zijn ontwerp staat de ontwerper in nauw contact met de producent (beheert het kostenplaatje) en de regisseur (artistieke inhoud). Wanneer je met een bepaalde productie de zogenaamde bouwweek ingaat, wordt zo'n ontwerp zo praktisch mogelijk opgehangen zodat het altijd nog veranderd kan worden of een andere richting op kan gaan. Licht wordt opgehangen in zogenaamde 'trekken'. Boven de speelvloer bevinden zich ijzeren stangen die via de trekkenwand naar beneden en boven kunnen worden getrokken. Op die manier kun je vanaf de speelvloer je licht inhangen."
Neemt een bepaalde productie altijd hun eigen licht mee of hangt er meestal genoeg in het desbetreffende theater? "Je kunt er vanuit gaan dat een reizende musicalproductie altijd heel wat licht meesjouwt. Het vormt een groot onderdeel van de productie en daarmee van het totale kostenplaatje. Maar er wordt ook gebruikt gemaakt van het zogenaamde 'huislicht' van een bepaald theater waar ze op een bepaald moment spelen. Ruim van tevoren vindt er overleg plaats met het desbetreffende theater over wat voor licht zij in huis hebben en waar dus gebruik van kan worden gemaakt. Sommige theaters hebben veel licht in huis en andere, vaak kleinere theaters, hebben wat minder. Bij 'West Side Story' bijvoorbeeld hadden we een hele trailer vol met licht en geluid. Dat is erg veel, maar dat was dan ook te zien op zo'n avond."
Ikzelf heb verschillende keren een bouwdag meegemaakt. Ik wilde met eigen ogen zien wat er wel niet allemaal gebeurt op zo'n dag, voordat wij als acteurs in het 'gespreide bedje' terechtkomen. Wat me steeds het meeste opviel was dat de afdeling 'licht' altijd als laatste klaar was? "Wanneer een ploeg 's ochtends het theater binnenkomt om te bouwen, wordt er als eerste het licht ingehangen. Daarna wordt het décor geplaatst en pas als dat volledig op z'n plek staat, kan het licht definitief gesteld worden. Vandaar dat je als lichtman altijd als laatste het theater verlaat."
Wat zijn er zoal voor soorten licht? "Je hebt het zogenaamde conventionele licht (dat zijn lampen zoals iedereen ze kent, de gloeilampen) en intelligent licht (bewegend licht). Bewegend licht kan je automatisch naar verschillende richtingen sturen en draaien. Tevens heb je de mogelijkheid om het verschillende kleuren te geven. Dit alles gebeurt via de computer."
Ik snap nooit zo goed hoe dat kan: één druk op de knop en het hele beeld veranderd. Leg uit! "Je werkt vanaf de 'tafel'. Jij noemt het altijd de cockpit met de vele lichtjes. Het is eigenlijk een grote computer waar het ontwerp van de voorstelling in geprogrammeerd wordt. Je maakt dus lichtstanden en iedere stand bevat een x aantal lampen die bij die bepaalde stand horen. Zo maak je sferen van licht die de desbetreffende scène dienen. Sommige standen zijn halfvol (gedempt) en anderen weer heel fel. Die gemaakte standen zet je vast door ze op een harde schijf op te slaan. Zo kun je ten alle tijden met één druk op de knop binnen een seconde een scène oproepen. Snap je het nog?"
Lijkt mij dat het ouderwetse idee dat je zelf met je handen een schuif omhoog doet met gevoel, voorbij is. Maakt dat het vak niet veel minder interessant. Heeft de computer jouw werk niet teveel overgenomen? "Ondanks het feit dat alles is voorgeprogrammeerd, kan ik als belichter toch nog altijd de zaak beïnvloeden. Uiteindelijk blijf je zelf de baas. Wanneer ik zie dat een bepaalde lichtstand té snel overgaat in een andere, schuif ik met mijn eigen handen bij. Het grote voordeel van deze automatiseringen is wel dat alles veel strakker gebeurt, waardoor alles er nog veel mooier uitziet en je altijd heel goed weet waar je aan toe bent. Bovendien biedt het gebruik van computers de mogelijkheid om veel meer lampen met één handeling uit of aan te doen, iets wat met de hand niet zou kunnen omdat wij mensen simpelweg maar over tien vingers beschikken."
Hoe interessant is het dan nog om belichter te zijn in het Circustheater waar alles jaren vaststaat en je volgens mij echt alleen nog maar een druk op de knop hoeft te doen en vervolgens een boekje kan gaan lezen? "Ik weet niet hoe anderen dat vinden, maar mij lijkt het niks. Ik hou ervan om 's ochtends een theater binnen te komen waar nog niks is, en dat zodanig om te toveren dat er 's avonds om 8 uur een prachtige voorstelling staat. Dat zie ik iedere keer weer als een uitdaging. Het mooie ervan is dat het iedere avond anders zal zijn omdat geen theater hetzelfde is. Alle theaters hebben verschillende zichtlijnen, balkons, hoogtes en voortonelen. Wanneer ik op tournee ben en 's ochtends een theater binnenkom, bekijk ik als eerste globaal hoe ik het licht ga in hangen om het beste resultaat te krijgen. Het is een feit dat in sommige theaters het licht er beter uitziet dan in anderen. Dat heeft met de capaciteiten van dat theater te maken."
Toen ik de rol van Roxane speelde in de musical 'Cyrano', was er een scène waarin ik een droom speelde. Regelmatig werd er tegen mij gezegd: "Ryan, besef jij wel dat er nu een paar ton op je staat gericht!?" Ik werd daar nogal ongemakkelijk van. Wat moest ik daarmee? Ik wilde daar gewoon mijn liedje zingen en me niet bezig houden met hoeveel het wel niet kostte. Waarom zoveel geld voor één scène? "Het is vandaag de dag steeds gewoner geworden om in een musical veel geld aan het licht te besteden. Ten tijden van 'Cyrano' stond de musical in Nederland eigenlijk nog veel meer in de kinderschoenen. Misschien is dat een verklaring. Misschien dacht jij dat dat licht alleen voor die ene droomscène werd gebruikt, maar dat lijkt me sterk."
Kijk jij tijdens een voorstelling alleen naar het licht of volg je ook de acteurs in wat zij doen? "In eerste instantie kijk ik natuurlijk naar het licht of het goed gesteld is en of er voldoende aanwezig is. Verder let ik ook op de acteurs of zij goed in het licht gaan staan. Als dat niet het geval is, maak ik daar aantekeningen van en spreek dat later met ze door. Maar uiteindelijk kijk ik naar het stuk, want daar gaat het om. Als het goed is, klopt de totaliteit en is alles met elkaar in evenwicht. Het licht dient de voorstelling. Ik let op de handelingen en teksten van de acteurs en volg de muziek. Daar moet ik ten alle tijden op kunnen reageren."
Hoort het licht bij het décor? "Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een décorontwerper kan een prachtig ontwerp bedacht hebben, maar als er verkeerd licht opstaat dan blijft er van al dat moois weinig over. Sommige theaterstukken worden gemaakt met enkel een lichtdécor. Je kunt een scène in het bos vormgeven met nagemaakte bomen, maar het is ook mogelijk om via het licht te suggereren dat je je in een bos bevind."
Voor de solovoorstelling 'In de 30' van Pia Douwes ontwierp je het licht in één dag. Je werd geroemd. Hoe doe jij dat? "Omdat er nauwelijks geld was en vooral geen tijd, heb ik een zo gemakkelijk mogelijk lichtplan bedacht waar ik veel kanten mee uit zo kunnen. Ik had gelukkig de beschikking over een paar bewegende lampen met verschillende kleurfilters die ik alle richtingen uit zou kunnen sturen Het script zat goed in mijn hoofd, ik wist welke sfeer ik moest benaderen en kenden de hoogtepunten. Het was een regelrechte uitdaging, vooral ook om het technisch voor elkaar te krijgen."
Wat is jouw handtekening, waaraan herkennen wij een ontwerp direct als zijnde van Matthijs van Meeuwen? "Ik hecht er altijd belang aan om het verhaal wat er word verteld, te dienen. Als het goed is, ondersteunt het licht het verhaal en staat niet op zichzelf. Omdat ik tot nu toe gewend ben om met zeer lage budgetten te werken, heb ik geleerd om inventief te zijn. Vaak maak ik een ontwerp met datgene wat er is. Over het algemeen vind ik het belangrijker om een sfeer te benadrukken die jou als toeschouwer bij het verhaal houdt, dan dat iedereen vol in het licht staat."
Wat is het mooiste ontwerp wat je ooit hebt gezien. "Het is niet één ontwerp dat er uitsprong. Het zijn momenten uit verschillende producties die mij heel erg aanspraken."
Welke productie was voor jou het meest interessant om te doen tot nu toe? "Tot nu toe heb ik veel interessante dingen gedaan, maar die solovoorstelling van Pia Douwes was misschien wel de spannendste."
Waar droom je nog van? "Het ontwerp wat ik volgend seizoen voor de opening van de nieuwe zaal in de schouwburg van Eindhoven ga maken, is een goede stap in de richting. Uiteindelijk hoop ik voor 100% ontwerper te kunnen worden."
27 lentes jong telt hij slechts. Over toekomst gesproken!
Cats:
In vergelijking met andere musicals die ik gezien heb vond ik de muziek teveel aanwezig....
(Marly van Kessel)
Tarzan:
Wat een super voorstelling....
(mark mollen)
Beauty and the Beast:
ik vond het in een woor FANTASTIS mooie decors goeie cast goede hertaling van het holands naar het vlaams profisiat els de schepper iedereen zong mooi maar dat is ook normaal de musicals van joop van den ende zijn altijt mooivind ik toch...
(jonah segers)
Les Misérables:
Gisteren was het eindelijk zover: Les Miserables! Ik had me er enorm op verheugd....
(Marly Jansen)
Les Misérables:
Gister na lang wachten zijn we naar Les miserables geweest....
(Barbelijn Francissen)