Bruggeling Hans Peter Janssens (44) is het Vlaamse musicalexportproduct bij uitstek. De geschoolde operastem, die in musical zijn ware roeping vond, speelt vanaf maandag 26 juni voor minstens een jaar de rol van politie-inspecteur Javert in de legendarische musical Les Misérables: 51 miljoen bezoekers wereldwijd sinds 1985! Eerder speelde Janssens in dezelfde musical al de rol van ex-gevangene Jean Valjean, zowel in Antwerpen als in Londen.
Nadat hij in Vlaanderen en Nederland de musicalliefhebbers al verrukte met hoofdrollen in onder meer Jeckyll & Hyde, Sacco & Vanzetti, Les Misérables en The Phantom of the Opera kreeg Hans Peter Janssens in 2000 de kans om in het Mekka van de Europese musical de hoofdrol te spelen in een van de meest populaire musicals aller tijden. Geef toe, daar zegt een mens geen nee tegen. Drie jaar lang speelde Janssens er onafgebroken de rol van Valjean - een "wereldduurrecord" voor liefst 1 miljoen toeschouwers - voor hij naar ons land terugkeerde. In die periode speelde hij onder meer in Dracula en zette hij de concerttournee West End Story op poten. Na dit intermezzo vertrekt hij nu weer naar Londen, maar nu om Valjeans opponent Javert te spelen. Daarmee is hij de allereerste acteur die de beide veeleisende rollen op de West End zal vertolkt hebben. Leuk voor de Les Mis facts and figures, maar het succes is Hans Peter Janssens niet naar het hoofd gestegen. Zo blijkt tijdens ons gesprek in een stemmig Antwerps art-decocafé over... over van alles eigenlijk.
Stond het als kind in de sterren geschreven wat je nú zou doen, of sta je er nog elke dag met verwondering op te kijken? Wel, met verwondering zou ik niet zeggen (lacht), niet met de verwondering van een kind dan toch. Maar het is wel zo dat toen ik in het middelbaar onderwijs zat ik vooral bezig was met sporten. Het is pas toen ik in het vijfde jaar zat zat, dat ik ben beginnen studeren aan het conservatorium in Brugge.
Een late roeping. Ja, sowieso. Dát is al laat, maar mijn eigenlijke studies zijn pas begonnen toen ik al 26 was. Ik wou met m'n opleiding aan het conservatorium in Brugge klassieke muziek gaan zingen. Daarom was het niet vanzelfsprekend dat ik in musical zou belanden. Toen ik later ben beginnen te studeren, waren grote producties als Les Misérables en Phantom nog maar net in première gegaan. Ik wist nog niet eens van hun bestaan af, dus laat staan dat ik had gezegd: 'Dit wordt mijn richting.' Ik had toen het beeld van de musicals, zoals heel wat mensen, als iets frivools (lacht). Dansen en een beetje zingen, eigenlijk. Dansen was sowieso niet mijn forte(lacht).
Een late roeping, maar dan moet er toch een vonk zijn geweest van 'klassieke muziek interesseert mij en ik héb dat talent.' Ja, natuurlijk. Dat krijg je van thuis uit, hé. Bij ons thuis werd er veel geluisterd naar klassieke muziek: opera's, operette. En in 't weekend keken we naar de musical op tv. Ik was al vanaf mijn twaalf jaar bezig met klassieke muziek te zingen. Ik playbackte. (lacht).
Andere mensen playbacken de pop- en rocksterren... ...maar bij mij was dat Caruso (lacht). Dat zou ik dan op mijn eigen in de garage, omdat dat daar goed klonk. Mijn oudste zus zong ook klassiek, opera. Maar de eigenlijke stap om dat te gaan studeren, kwam pas op mijn zeventiende. Voordien speelde ik liever voetbal.
Was je daar goed in? Ik heb alle jeugdreeksen van Club Brugge doorlopen.
Voor hetzelfde geld interviewde ik je nu als topsporter. Wel, niet voor hetzelfde geld waarschijnlijk (lacht). Ja, ik heb dat tot en met de UEFA-junioren doorlopen en op m'n zeventiende heb ik een ongelukje gehad. Ik was een tijdje buiten strijd en om mijn tijd te passeren, ben ik naar het conservatorium gegaan. Zonder dat ongelukje zou ik waarschijnlijk niet aan dat jaar begonnen zijn, nee. Het moest zo zijn. Dát stond wel in de sterren geschreven (lacht).
Maar je hebt toch vooral gestudeerd met de bedoeling opera, klassieke zang te gaan zingen. Jazeker. Ik wou als kind al een grote zanger worden, de nieuwe Caruso of Lanza (lacht). Maar ik had die stem natuurlijk niet.
Wat spreekt een kind van twaalf aan aan Caruso of Lanza? Wel, vooral de muziek, hé. Of Caruso dat nu zingt, of iemand anders... dat waren gewoon dé zangers in die tijd,d at waren de platen die we hadden. Mijn twee favoriete opera's als kind waren Carmen en Rigoletto. Als kind van twaalf déden mij die iets.
Wat heb je na het conservatorium gedaan, want je hebt ook in het buitenland gestudeerd, hé? Ja, maar pas na verschillende omwegen. Ik heb ook nog bij Jan Fabre gespeeld, ik ben toen in het conservatorium in Gent geraakt - ik heb daar de eerste prijs gehaald - en ben daar afgestudeerd in 1989. En daarna ben ik naar Londen gaan studeren. Van daaruit ben ik ook een tijdje in Amerika beland, in Santa Barbara, en daarna heb ik drie seizoenen gewerkt bij een reizend operagezelschap in Engeland. Het was vooral door mijn contacten in Amerika dat ik het idee kreeg om eens te zien wat er zo allemaal in de musicalwereld te beleven viel. Zij vertelden mij dat er voor mij eigenlijk heel wat interessant repertoire bestond. Maar het was pas drie jaar later, toen ik toevallig in België was op vakantie, dat ik een affiche zag voor audities voor De man van La Mancha bij het Ballet van Vlaanderen. Ik herinnerde mij de goede raad in Amerika en ik dacht: 'Dat wil ik wel eens proberen', maar ook het onderwerp sprak mij aan. 'De man van La Mancha, dat kan geen frivole zever zijn, dacht ik.' (lacht) Uiteindelijk kreeg ik de rol van Padre. Voor mij was dat een goeie overgang, omdat de Padre erg klassiek mag zingen. Mijn eerste hoofdrol was die van de Rus in Chess.
Even terugkeren naar Jan Fabre, dat lijkt mij een vreemde stap in jouw carrière. Wat heb je daar geleerd? Álles. Ik heb álles geleerd van Jan Fabre.
Jan Fabre en musical staan toch allebei aan het andere uiterste van het spectrum in jouw carrière. Da's een feit, ja. Ik had auditie gedaan voor het koor van De Munt. Ik was nog te jong, maar zo ben ik wel op de lijst gekomen, en ik werd uitgenodigd door Jan Fabre om in een productie te komen zingen. Ik wist totaal niet wie dat was (lacht).
Wat hij erg verfrissend vond. Ja, hij werkt sowieso graag met mensen die van nergens komen, die geen opleiding hebben gehad. Ik heb toen een doorloop gezien, en ik was er zo weg van dat ik dacht: 'Ik ga hier niet weg.' Echt waar. Je kan dat moeilijk uitleggen, hé. Wat ik daar geleerd heb? Jan Fabre is gewoon een ontzettend bezield iemand. Ik denk dat ik heel mijn podiumethiek - hoe ben ik op een podium, wat mijn doelstelling daar is, het gebruik van tijd en ruimte, hoe ik mij gedraag op een podium en hoe ik mij gedraag in het vak - van Jan in dat ene jaar geleerd heb. Dat was mijn leerschool. Ik heb er ook heel de wereld mee rondgereisd, van New York tot Australië.
Ben je dan van thuis uit gestimuleerd? Wel, ik ben een van die mensen die het geluk heeft gehad om niet tegengewerkt te zijn door mijn ouders. Mijn vader heeft indertijd ook gezongen, op van die crochetwedstrijden en zo, en veel mensen in mijn familie hebben ooit op de planken gestaan in het amateurtheater.
Hoe reageren zij nu op je internationaal succes? Prima. Maar ik denk dat wij altijd met onze voeten op de grond blijven staan. Ik bedoel, 'internationaal succes', dat is gewoon hetzelfde liedje zingen, maar ergens anders, hé (lacht). Ze hebben me al overal bezig gezien, en ik heb altijd de goeie raad meegekregen van iets geleidelijk aan op te bouwen. Dat is het gevaar voor veel mensen, vandaag de dag, door al Idool-toestanden. Ze vliegen van 0 naar 10, slaan alle tussenstappen over, en twee maanden later komt er iemand anders van 0 naar 10. Dan heeft die eerste afgedaan, hé. Hij heeft geen structuur om op terug te vallen.
Toen wij elkaar vorige keer in Londen ontmoetten, viel het mij ook al op dat jij heel down to earth was over jouw aanwezigheid en jouw hoofdrol op de West End. Dat moet ook. Dat zijn die mensen daar ook, hé. Voor hen is de West End wat de Stadsschouwburg van Antwerpen voor ons is, begrijp je? Een werkplek. Uiteindelijk zijn de collega's, en vooral zij die iets kunnen, allemaal heel eenvoudige mensen.
Maar je realiseert je toch wel, dat je daar staat, op de West End, in een legendarische musical. Dat is toch wel iets speciaals, zelfs al ben je heel down to earth. Natuurlijk. Maar dat verandert niets aan mijn aanwezigheid daar, buiten het feit dat je beseft dat het wel heel goed moet zijn (lacht)! Ik zou het geen druk noemen, maar toch een constante gedrevenheid. Je gaat natuurlijk wel naar je werk, maar van het moment dat de voorstelling begint, moet je daar wel echt stáán.
Ik heb je daar toen ook aan het werk gezien als Jean Valjean, op een donderdagnamiddag om twee uur., in een zaal die voor drievierde gevuld was met Japanse toeristen. Hoe laad je je daarvoor op? Het is de muziek die dat voor mij doet. Het is hetzelfde gevoel dat ik had toen ik twaalf jaar was en ik naar Caruso zat te luisteren. Van het moment dat de muziek begint, ben ik vertrokken. Ik zal niet zeggen dat het een roes is, maar mij geeft het wel een kick.
Altijd weer? Ja. Want uiteindelijk is zingen een fysieke bezigheid. Mensen vergeten dat, maar zingen is eigenlijk heel fysiek. Dat wil zeggen dat je er ook van kunt genieten. Niet alleen van de klank, maar ook van het gebruik van je lichaam.
Had je gesolliciteerd voor die eerste periode in Londen, of ben je gevraagd? Ik had auditie gedaan voor Valjean in Antwerpen, en tijdens die voorstellingen vroeg ik aan het artistieke team of ze geïnteresseerd waren in mij voor Londen. Het antwoord was 'ja'. Toen heb ik geen auditie meer moeten doen. Ik heb wel nog eens moeten gaan voorzingen, gewoon in 't Engels voor de casting director, om te weten of ze mij zouden begrijpen (lacht). En dat was 't.
Jij bent wellicht een van de enige Valjeans, die de rol in drie talen heeft gezongen: Vlaams, Engels en Frans. Ja, misschien wel. Het was wel raar om in Antwerpen Vlaams en Frans met elkaar af te wisselen, ja. Ik heb nooit mijn talen dooreengehusseld, nee. Maar dat was wel tof om het te zingen in 't Frans, omdat je toch wel voelt dat je bezig bent in de originele taal, waarin het stuk geschreven is.
Voelde je je aanvaard door zowel het publiek als je medeacteurs, want ik kan mij voorstellen dat ze in Londen denken: 'Wat komt die Belg hier doen?' Goh, je hebt daar natuurlijk regelmatig niet-Engelsen hé, maar meestal wel Engelstaligen, dat wel. Ik heb mij daar eigenlijk nooit als een buitenstaander gevoeld, nee. Ik had natuurlijk meer contact met de hoofdrollen dan met het ensemble.
Leven in Londen is dan toch vooral Les Misérables overleven, veronderstel ik. Klopt. Je hebt geen tijd om iets anders te doen. Alleen tijd om een beetje te recupereren, zeker in een rol als Valjean. Je speelt acht voorstellingen per week en alternates hebben we niet. Wel zijn er ten allen tijde twee understudies in het ensemble, die je rol kunnen overnemen. Maar alternates, nee. In Les Mis is het alles of niets. Take it or leave it, darling!
(Foto: Johan Depaepe)
Ik veronderstel dat je hier in Vlaanderen wél een sociaal leven hebt. Waarom zeg je dat dan tijdelijk weer vaarwel? Een mens leeft niet alleen voor zijn sociaal leven alleen, hé (lacht). Ik ga naar Londen, ten eerste omdat het een mooie rol is, een rol die ik altijd al heb willen spelen. Toen Les Mis naar België kwam, dacht ik eerst om auditie te doen voor Javert. Het Londense artistiek team heeft mij trouwens altijd gezegd, dat ze mij eens zouden willen zien als Javert. En nu komt het er eindelijk van. Plus, het is natuurlijk in Londen. Tegen Londen zeg je niet zomaar 'laat maar zitten', en het is de eerste keer dat iemand in de eerste cast de beide rollen speelt op de West End. Dat speelt ook wel mee. (schertsend) Het geeft je het gevoel dat je deel uitmaakt van de geschiedenis van die toch wel legendarische musical. Dat is héél plezant. En uiteindelijk had ik hier weinig vooruitzichten.
Word je gedwongen om naar Londen te trekken, omdat er hier dan een soort armoede heerst? Ik kan jou bijvoorbeeld niet zien meedraaien in Mamma Mia! of Beauty & the Beast, of andere musicals die bij ons spelen. Ik ben erg beperkt, door het feit dat ik een lyrische stem heb. Met die stem moet je lyrische dingen zingen. En als dan al een minder groot aanbod is, dan moet je gewoon 't geluk hebben dat er een rol is in jouw bereik. In ons vak moet je vanzelf al mobiel zijn. Zelfs als er aan aanbod was geweest, moet je dat nog altijd afwegen tegen het zingen van Javert in Londen. (lacht) Dan moet het ook financieel al iets te betekenen hebben, want je moet ook een economische realiteit voor ogen zien. Gelukkig zijn de grote beslissingen die ik heb moeten nemen toch altijd voor de hand liggend, begrijp je? Toen met Jan Fabre dacht ik ook: 'Dat klopt, dat is juist.' En nu komt het aanbod ook op het juiste moment.
Waren Dracula en West End Story dan een soort overbrugging tussen jouw twee Londense periodes? Ik had dat zeker niet zo voorzien, maar zo is het wel gebleken.
Dat zijn twee projecten waar je je hart en ziel in hebt gestoken. Zeker, het had ook nog meer mogen zijn. Zeker Dracula was een rol voor mij, omdat die erg lyrisch was. Op de drie jaar dat ik hier terug was, heb ik op het vlak van musical heel weinig gedaan, hé. Dracula was het enige aanbod dat voor mij interessant was in eigen land, en dat heeft drie maanden geduurd. Dat is heel kort. Dat wil veel zeggen, hé.
Heb je dan nooit gedacht: 'Misschien moet ik maar weer eens aankloppen bij de opera'? Nee, nee. Niet voor mijn vijftigste (lacht). Al is dat niet zo lang meer.
In West End Story heb je je zelfs gewaagd aan een dansje en een stukje komedie. Die kant had ik van jou nog niet gezien. Ja, maar dat was een parodie op een dansje, hé (lacht). Dat zie ik mezelf anders niet doen. Toen ik opera deed, moest ik op een bepaald moment schermen. Wel, ik heb dat geleerd. Toen ik Raoul speelde in The Phantom moest ik dansen. Die scène heb ik dan ook geleerd. Als je een beetje feeling hebt en je kunt bewegen, dan trek je je plan wel. Tapdansen zou mij niet lukken, denk ik (lacht).
Op Broadway is Les Misérables gestopt. Ben je niet bang dat jij de Javert zal zijn die de deur in Londen mag dichttrekken? Het is verhuisd naar een kleiner theater, het orkest is sterk ingekrompen... Laat ons hópen dat ik de laatste Javert ben, dan sta ik weer in de tabellen! (lacht)
Dracula was een rol die je al langer wou spelen. Dat project heb je zelf een beetje op poten gezet. Vlak voor Les Mis in Antwerpen zijn we in Praag eens gaan kijken naar die voorstelling met Hilde (Norga), Frank (Van Laecke) en Geert (Allaert). Toen wilde ik dat meteen doen. Geert heeft toen nog getwijfeld tussen Dracula en Phantom.
Mag ik Dracula een voorzichtige poging noemen om weer aan te knopen met de grote, Vlaamse musicals van Music Hall in de Stadsschouwburg? Want Music Hall heeft het niet makkelijk gehad, de voorbije jaren. Is het potentieel wat in het stuk zat, er ook uitgekomen, zonder de grote budgetten? Euh... ik denk het eigenlijk wel. Artistiek gezien hebben we geen compromissen moeten sluiten. Ik heb me alleen maar geamuseerd.
Vooraf werd er wel wat druk op jullie schouders gelegd. Dracula moest bijna de redding van de Vlaamse musical worden. Je hebt jezelf ook een beetje opgeworpen als de spreekbuis van het verzet tegen de schrapping van de musicalsubsidies. Natuurlijk. Het is maar normaal dat als onze job in gevaar komt, wij ook onze stem laten horen. We staan natuurlijk zwak, omdat we geen vakbond hebben. In Engeland is dat natuurlijk helemaal anders. Kijk, iedereen, ook in de media, zegt dat het goed gaat met de musical in Vlaanderen. Dan denk ik van: 'Hallo' Ze zien natuurlijk zoiets als Mamma Mia. Een grote musical, waar veel geld wordt tegenaan gesmeten, maar die kan alleen maar naar hier komen, omdat die in Nederland al break even heeft gedraaid. Het is ook wel een goede show, natuurlijk.
Heb je je fysiek al een beetje voorbereid op jouw tweede verblijf in Londen? Met een trainingsschema, misschien? Voor Valjean en Dracula was dat wel nodig, voor Javert... Less is more, wat Javert betreft. (lacht) Javert is een rol die sowieso veel minder fysiek is dan Valjean. Je moet wel een grote uitstraling hebben en enorm gefocust zijn. Maar ik moet niemand op mijn rug dragen, wat natuurlijk niet wil zeggen dat ik fysiek niet in orde zal zijn.
Hoe bereid je je mentaal voor? Ik doe wat ik altijd doe. Ik ga terug naar de bron en dat is de partituur. Daar staat alles in wat je moet weten. Ik ga het boek ook weer lezen, maar nu vanuit een ander oogpunt. Ik heb het indertijd gelezen vanuit het standpunt van Valjean, nu zal ik het herontdekken met de ogen van die andere pipo. (lacht)
Ben je het met mij eens dat Javert een wat meer ééndimensionaal personage isdan Valjean? Die maakt een hele evolutie door. Mja. Maar eigenlijk verandert Valjean op één moment, hé, nadat hij de absolutie heeft gekregen van de bisschop. Ik vind dat een slecht, donker personage, zoals Javert, altijd veel meer lagen heeft. Hoe komt die mens zo slecht? Dat maakt het altijd veel interessanter om dat te ontdekken. En het is de bedoeling dat je met personages als de Phantom, Dracula, Jeckyll & Hyde... het publiek zover krijgt, dat ze op 't einde medelijden beginnen met hen beginnen. Dan ben je geslaagd. Dat moet met Javert ook kunnen. Als die in de Seine springt, moeten de mensen dat niet plezant vinden. Dat is de uitdaging van die rol. Daarom is het wél een interessante rol. Hij wordt geconfronteerd met Valjean, die de klik in zijn hoofd wel heeft gezet, maar Javert kan dat niet. Hij heeft ook in de gevangenis gezeten, hé. Ik vind dát altijd het meest uitdagende, om van de slechterik op het einde een tragische persoon te maken, die zijn lot niet kan ontlopen.
Als je zo'n stuk avond na avond, dag na dag speelt, heb je dan nog 't gevoel dat je in een artistiek product staat, eerder dan in een toeristische attractie, zoals de beefeaters of de Tower Bridge, dingen die je moet gezien hebben in Londen? Nee, helemaal niet. Ik denk dat de mensen die de Tower Bridge bezoeken daarom niet naar Les Misérables zullen komen kijken. Sowieso bestaat het grootste deel van het publiek uit mensen die de voorstelling écht willen zien. Je weet: 'Dit is Les Misérables, dit speelt overal in de wereld, maar we zijn hier wel op de plaats waar het gecreëerd is, en dat voél je als publiek. Dat zorgt voor een aparte sfeer. En zelfs al zouden het allemaal Japanners zijn, die mensen komen nog altijd naar Les Misérables... Ik denk dat de mensen die uit toeristische overwegingen een show gaan bekijken, eerder naar een vrolijkere, meer entertainende show zullen gaan, zoals We will rock you of The Producers. Die zijn makkelijker verteerbaar.
Krijg je tijd om je voor te bereiden? Ja, hoor. Het is een grote castwissel, hé. Dan krijg je vier weken voorbereiding. Je werkt natuurlijk niet zo intens, omdat de helft van de mensen 's avonds ook nog de show moet spelen. We repeteren van 10 tot 5.
Dat zijn slopende dagen. Ja, ik heb vier castwissels meegemaakt, en ik kan je verzekeren, da's vier keer een maand dat je overdag repeteert en 's avonds nog eens moet spelen.
Hoeveel procent van jezelf kan je in zo'n rol leggen, die in grote lijnen vastligt? In het Duits zeggen ze: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Dat heb ik ook van Jan Fabre geleerd. Het is net door iemand een heel aantal beperkingen op te leggen, dat je kan zien hoe ver iemand kan gaan, hoe origineel hij kan zijn. De regisseurs hebben al zoveel versies gedaan, dat zij natuurlijk ook wel eens iets nieuws willen ontdekken. En uiteindelijk zal míjn Javert anders zijn dan de andere. Veel dingen staan natuurlijk wel vast, da's een feit, maar uiteindelijk maak je er nog altijd je eigen ding van. Je steekt er je eigen persoonlijkheid in, wat ook normaal is. En als je 't niet meer plezant vindt, moet je ermee stoppen hé.
Het is geen voorstelling waar je af en toe eens een grapje in kwijt kan. Ik ben daar sowieso geen liefhebber van. Hilarisch kan het wel zijn als iemand zijn tekst vergeet. Het gebeurt eigenlijk vrij weinig, maar het kan, en dan is het een kwestie van iéts te zingen en zo ernstig mogelijk verder te spelen.
Improviseren op muziek is niet zo simpel, vermoed ik. Nee, en zeker niet als 't een nieuwe taal is (lacht). Ik zing altijd wel iets. Op een bepaald moment had ik wel een kleine black-out. Ik wist mijn eerste zin, maar ik wist niet meer wat daarna kwam. In de scène in de riolen loopt Valjean met Marius op mijn rug en dan had ik wel even de tijd om na te denken. Maar ik kon echt niet op mijn tweede zin komen. Ik liep heel dat spel rond en die tekst kwam maar niet. Op het einde van de scène staat Javert aan de overkant en moet ik eigenlijk zingen: 'It's you Javert, I knew you wouldn't wait too long, the faithful servant at his post once more.' Wat op zich al niet zo makkelijk is. Ik kon niet op die tweede zin komen en ik heb toen maar iets gemurmeld. En ineens beginnen ze vreselijk te lachen in de coulissen (lacht). Ook Michael (McCarthy) moest zich geweldig inhouden. Bleek dat ik gezongen had: 'It's you Javert, I knew you wouldn't wait too long, the famous postman at his post once more.'(schatert het uit) De fameuze postbode, in plaats van de trouwe dienaar. De mensen in de zaal gaven geen kik.
Er zijn artiesten op Broadway bijvoorbeeld, die eens ze een vaste rol hebben in die musical blíjven, ook al is het voor vijftien jaar. Ik zou dat niet kunnen. Dan ben je geen artiest. Een artiest heeft toch de neiging en de roeping om geregeld eens iets anders te doen, hé. Cameron (Mackintosh) let er ook op dat het niet te lang duurt, hoor. Drie, vier jaar in dezelfde rol is lang genoeg.
Mag jij 'Cameron' zeggen? Ja, natuurlijk (lacht). Er is geen afstand tussen de producer en zijn artiesten. Ik kan het goed met hem vinden. 't Is een Schot, hé. Vlamingen, Ieren en Schotten voelen elkaar goed aan. Zij hebben allemaal dat soort 'apartheidsgevoel'. Cameron is een gedreven, koppig ventje.
Indertijd heb je gezegd dat het het summum moet zijn om op de West End een rol te mogen creëren. Ik veronderstel, dat je dat nog altijd denkt. Ja, dat blijft. Al ben ik daar in mijn eerste periode zeker niet mee bezig geweest. Ik heb toen niet rondgekeken wat voor mij de volgende mogelijkheden zouden kunnen zijn. Ik denk dat ik dat nu wel ga doen, mijn oor eens te luisteren ga leggen om te zien wat er allemaal gaande is. Javert is ook een rol waarvan ik denk dat ik meer van mezelf kan laten zien. Het zit beter in mijn testituur, zoals The Phantom. Je weet nooit wat er uit de bus kan komen. Maar het is niet zo dat het moét, hé.
Denk je dat je de rol van Javert anders zult spelen, omdat je ook Valjean hebt gespeeld? Of zal dat niet meespelen? Ik probeer dat wel los te laten. Ik zal anders spelen dan drie, vier jaar geleden, maar alleen omdat ik zoveel meegemaakt heb, begrijp je? Ik begin weer van nul. Ik zal wél zien wat deze Valjean anders doet dan ik.
(Foto: Johan Depaepe)
Dit is de sterk uitgebreide versie van een artikel dat eerder in de Belgische krant 'De Standaard' is verschenen
Cats:
In vergelijking met andere musicals die ik gezien heb vond ik de muziek teveel aanwezig....
(Marly van Kessel)
Tarzan:
Wat een super voorstelling....
(mark mollen)
Beauty and the Beast:
ik vond het in een woor FANTASTIS mooie decors goeie cast goede hertaling van het holands naar het vlaams profisiat els de schepper iedereen zong mooi maar dat is ook normaal de musicals van joop van den ende zijn altijt mooivind ik toch...
(jonah segers)
Les Misérables:
Gisteren was het eindelijk zover: Les Miserables! Ik had me er enorm op verheugd....
(Marly Jansen)
Les Misérables:
Gister na lang wachten zijn we naar Les miserables geweest....
(Barbelijn Francissen)