Alternate: rol in wisselende bezetting, vaak van een hoofdacteur die niet constant beschikbaar is voor de productie of vanwege de zware rol niet elke dag op de planken kan staan.
Broadway: het theatermekka van New York.
Avant-première: de voorstelling de dag voor de première.
Cast: het geheel van acteurs en dansers op het podium.
Creatives: de groep mensen die de productie hebben bedacht en geregisseerd, van licht tot geluid.
Dress rehearsal: volledige opvoering van de show inclusief alle kostuums, decor en geluid.
Ensemble: geheel van dansers en acteurs naast de hoofdrollen. Vaak hebben leden uit het ensemble meerdere (kleinere) rollen
Open-end: musical die in een vast theater staat en waarvan de einddatum niet bekend is. Vaak loopt zo'n productie door zolang de zalen goed vol zitten.
Première: officiële eerste voorstelling, vaak in aanwezigheid van genodigden en pers.
Producent: diegene die de show financiert.
Showstop: onderbreking van de show door een technisch mankement of op aanwijzen van de regisseur.
Showstopper: acte die zo overweldigend overkomt bij het publiek, dat de cast even moet pauzeren om het publiek weer tot rust te laten komen.
Swing: persoon die (vaak meerdere) rollen kan overnemen van iemand anders, bijvoorbeeld in geval van ziekte.
Try-out: testvoorstelling met publiek, die kan onderbroken worden bij technische problemen. Vaak worden voor deze voorstellingen goedkopere kaartjes verkocht.
Understudy: vervanger die een rol kan overnemen in geval van ziekte of afwezigheid.