‘Je zou het misschien niet denken, maar ik heb ook een ernstige kant’ Morag McLaren is een goedlachse Schotse dame. Een geschoolde sopraan, die in Schotland en Wales op het operapodium stond, maar zich evengoed thuisvoelt in musicals en in haar eigen soloprogramma’s. Met een subtiel gevoel voor parodie neemt ze het publiek daarin mee op een reis door de opera, de musical, maar ook door de blues. Een gesprek met een ernstige comédienne.
Drie jaar geleden was u ook in België. Hoe was dat toen? O, het was heel leuk! Ik vind het altijd fijn om naar nieuwe plaatsen te trekken met mijn show en voor een nieuw publiek te kunnen optreden. Vaak is dat toch helemaal anders dan in Engeland. Het Belgisch publiek is wat meer gereserveerder dan ik gewoon ben, maar dat neemt niet weg dat ze meer hun waardering laten blijken. Jullie kunnen ook geweldig goed luisteren. En dat is belangrijk, want ik ga voor al mijn materiaal evenveel uit van de teksten als van de muziek.
U wordt de ‘First Lady of British Cabaret’ genoemd. Da’s nogal een eretitel. Ik heb hem zelf niet uitgevonden, hoor. Dat stond ooit eens in een recensie en sindsdien draag ik dat me mee (lacht). Er zijn vrij veel vrouwelijke cabaretiers in Groot-Brittannië, en we zijn allemaal erg verschillend.
Waarin verschilt uw act? Ik heb misschien meer aandacht voor de enscenering, ik improviseer niet zoveel. En er zit nogal wat afwisseling in het materiaal dat ik breng. Ik pak verschillende stijlen aan, ook qua muziek. Ik houd erg veel van comedy, maar ik breng ook ernstige songs.
Over comedy gesproken, men noemt u ‘naturally funny’ – een grapjas van nature. Wanneer ontdekte u dat u mensen kon laten lachen? O, van heel vroeg al. Als kind al deed ik graag mensen na, en ik vond het geweldig dat ik daarmee de aandacht van anderen kreeg. Toen deed ik het nog liever natuurlijk.
U zegt dat u alles te danken heeft aan Julie Andrews en ‘The Sound of Music’. Leg dat eens uit? (lacht hartelijk) Klopt. Als kind was ik gék op de film. Ik kende alle dialogen, alle liedjes en ik kon alle personages nadoen. Vooral mijn moeder-overste was erg treffend, al was ik toen pas tien.
U kon dus in uw eentje ‘The Sound of Music’ opvoeren. Min of meer wel, ja (lacht).
In vroegere interviews noemde u zichzelf wel eens een ‘larger than life’ persoonlijkheid. Wat is dat dan? Wel, als je het aan mijn kinderen zou vragen, zouden zij zeggen dat ik een erg intens iemand ben. Ik raak heel snel opgewonden over van alles en nog wat. Dat geldt ook voor de liedjes die ik breng. Dan ben ik even intens.
Toen u in ‘The Phantom of the Opera’ in Londen speelde, ontdekte u dat u liever in de showbusiness zou werken dan in de opera. Was dat omdat men in operahuizen zo’n intense persoonlijkheid liever niet heeft? Nee, toch niet, want zo’n figuren passen wel in een ‘larger than life’ genre als opera. Het had er meer mee te maken dat ik op de West End met meer verschillende mensen kon samenwerken in totaal uiteenlopende producties. In de opera werk je altijd met professioneel geschoolde klassieke muzikanten en zangers. Daar houd ik ook wel heel erg van, maar in het theater zijn er ook dansers, jazzmuzikanten, komieken enzovoort. Ik vond het ook leuk om voor verschillende soorten publiek te staan. Bij opera zie je vaak dezelfde groep, hogeropgeleide mensen. Als je in de showbusiness staat, speel je voor iedereen.
Heeft het ook met gevoel voor humor te maken? Ontbreekt het daaraan in de operawereld? Het gevaar bestaat inderdaad dat opera zichzelf te ernstig neemt. Maar als ik eerlijk ben, zullen de meeste operamensen die ik ken, het niet nalaten om een geintje uit te halen als ze dat kunnen (lacht). Maar ze krijgen maar weinig de gelegenheid om hun komisch talent te tonen op het podium. Opera is nu eenmaal een erg serieuze kunstvorm.
U kunt het wel niet laten om met het genre te lachen in uw voorstelling. Nee, dat kan ik echt niet laten liggen (lacht). Ik maak ook deel uit van een gezelschap Impropera, waarin we improviseren op operamuziek. Daarin laten we er niets van heel. Maar alleen maar omdat we opera zo erg waarderen. Het is uit liefde voor het genre. Dat neemt niet weg dat je er eens goed mee kunt lachen.
Opera-improvisaties, dat vind ik een erg intrigerend concept. Hoe gaat dat dan? We zijn meestal met vier zangers plus twee muzikanten. Het publiek doet ons voorstellen over een thema, personages, een plaats enzovoort… en daarmee maken wij een opera van 40 minuten.
Een stresserende bedoening, toch? O, maar je hebt geen tijd om je ergens zorgen over te maken. Ik ben veel nerveuzer bij mijn andere voorstellingen, omdat ik zoveel moet onthouden. Bij improvisaties hoeft dat niet.
U heeft niet alleen in ‘The Phantom of the Opera’ gespeeld, vrij vroeg na de creatie, maar ook in ‘A Little Night Music’, samen met Dame Judi Dench. Hoe was dat? O, zij was een engel. Ik stond toen in een hele mooie cast, en iedereen kon het heel goed met de andere vinden. Dat was een bijzondere ervaring voor mij. Ik heb er niets dan de beste herinneringen aan, ook al omdat we in het National Theatre stonden, en niet op de West End. Dat wordt toch beschouwd als artistiek interessanter. Niet alleen kom je fluitend naar je werk, maar je krijgt er ook kansen door.
In musicals speelt u in een grote groep, maar u trekt er dus vaak ook alleen op uit met een pianist. Dat vraagt om een andere vorm van energie. Het geeft je ook meer vrijheid, want als je grote shows staat, loert het gevaar van typecasting om de hoek. In mijn eigen voorstellingen kan ik creatiever en persoonlijker zijn. En ik kan experimenteren. Ik kan mij op een andere repertoire storten, waar ik anders niet voor gecast zou worden.
In uw voorstellingen schreeuwt u door megafoons en besprenkelt u mensen met vodka. Een vreemde dame bent u. (hartelijke lach) Ja, ik ben altijd al extravert geweest.
Schrikt u daarmee het publiek soms niet af? Toen ik de beslissing nam om met een one-womanshow de baan op te gaan en mij ook met comedy te gaan bezighouden, moest ik leren aanvaarden dat humor erg subjectief is. En soms vinden mensen mij inderdaad ‘too much’ en ‘too scary’. Andere mensen vinden het dan weer wel leuk. Als performer moet je leren om je niets aan te trekken van negatieve reacties, want dan blokkeer je.
Op sommige foto’s staat u gekleed als een soort Brunhilde en ik dacht: Die dame wil ik niet tegenkomen in een donker steegje. (hartelijke lach) Je zou het misschien niet denken, maar ik heb ook een ernstige kant, en die probeer ik toch in mijn voorstelling aan bod te laten komen. En ik hoop dat de mensen kunnen zien dat ik niet alleen grappig kan zijn. Want er is zo’n mooi repertoire aan ernstige liedjes, dat ik niet wil laten liggen.
Is het moeilijk om die balans tussen comedy en luisterliedjes te vinden? Dat is niet altijd makkelijk, klopt. Op festivals bijvoorbeeld vragen ze vaak heel specifiek om een komisch programma, en dan speel ik dat. Maar voortdurend comedy brengen, is erg uitputtend voor een performer, én ook voor het publiek, kan ik me voorstellen. Ik denk dat ook het publiek die rustpunten wel kan gebruiken.
Als u op zoek gaat naar een serieuzer repertoire, welke soort nummers kiest u dan? Liedjes van mensen die u bewondert, of die iets persoonlijks over u zeggen? Het kan om persoonlijke redenen zijn, maar ik voel me in de eerste plaats aangetrokken tot mooie teksten, bijvoorbeeld omdat er een mooie boodschap in zit, of omdat ze van een simpele schoonheid zijn, of omdat ik er inderdaad iets over mezelf in terugvind. Ik zing bijvoorbeeld graag Schotse volksliedjes. Die zijn zo heerlijk eenvoudig en toch bloedmooi. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me ertoe aangetrokken voel.
Morag McLaren in Strombeek Een diva tussen wodka en gin
Radiopresentator en impresario Thomas Van der Spiegel doet nu al enkele jaren iets heel lovenswaardig: sterren van de Londense West End naar Vlaanderen halen voor een soloprogramma. Hoewel de publieke belangstelling altijd beter kan, zijn er zo al mooie avonden voorbijgevlogen. De Schotse sopraan Morag McLaren bijvoorbeeld was eerder al eens te gast in ons land en bracht onlangs haar soloprogramma opnieuw in het Cultuurcentrum van Strombeek. En het publiek smulde van de act van de dame die ooit werd omschreven als ‘the First Lady of British Cabaret’.
McLaren ruilde een carrière in de Schotse en Welshe operahuizen in voor een loopbaan in de West End, en schitterde onder meer als één van de eerste Carlotta’s in ‘The Phantom of the Opera’. Met Dame Judi Dench stond ze in Sondheims ‘A Little Night Music’, en naast haar soloshows mixt ze met het gezelschap Impropera aartsmoeilijke improvisaties, ingefluisterd door het publiek, met opera.
Morag McLaren is niet voor één gat te vangen, en dat blijkt ook uit haar soloshow. Hilarische imitaties en parodieën met een onberispelijke komische timing wisselt ze naadloos af met gevoelige musicalsongs. Ze verandert om de haverklap van gedaante, van een Russische matrone in een dronken huisvrouw uit Glasgow, van een eindeloos stervende sopraan in een schreeuwende Walküre met een megafoon. Liefdevol zet ze de opera in zijn hemd, maar ze bewijst vooral dat ze een schitterende zangeres is met een ferme uitstraling en een aangrijpende stem. En zoals gezegd, ook als het wat ernstiger mag, zit je ademloos te luisteren naar een dame die even intens gevoelig als grappig kan zijn.
Volgend jaar keert Morag McLaren terug, wellicht voor een aantal concerten. Thomas Van der Spiegel plant ook nog de overkomst van Sarah Hay, Rosemary Ashe én Impropera. Je hebt eigenlijk geen excuus om dat allemaal te missen.
Gezien: Morag McLaren solo op donderdag 24 april in het Cultuurcentrum van Strombeek. Info: www.thomasvanderspiegelevents.com / 0495 63 03 41
Cats:
In vergelijking met andere musicals die ik gezien heb vond ik de muziek teveel aanwezig....
(Marly van Kessel)
Tarzan:
Wat een super voorstelling....
(mark mollen)
Beauty and the Beast:
ik vond het in een woor FANTASTIS mooie decors goeie cast goede hertaling van het holands naar het vlaams profisiat els de schepper iedereen zong mooi maar dat is ook normaal de musicals van joop van den ende zijn altijt mooivind ik toch...
(jonah segers)
Les Misérables:
Gisteren was het eindelijk zover: Les Miserables! Ik had me er enorm op verheugd....
(Marly Jansen)
Les Misérables:
Gister na lang wachten zijn we naar Les miserables geweest....
(Barbelijn Francissen)